Van een lieve Fee, een aardig donsveertje ,twee leuke tuinfluiters , een schat van nimf en een handig hangmatje ……..


Een kleine Fee….zweefde boven een sfeervol verlichte boom , die door een frisse lentetooi van groene blaadjes nauwelijks opviel tussen de andere in
de zon blakende woudreuzen. Een ander feetje zat op een tak van een
berk en keek lachend schuin naar beneden waar een paar jonge
tuinfluiters probeerden met hun eerste donsveertje vliegbewegingen te
maken . Verderop zat op de bovenste tak van de grootste boom een
merel zijn veren op te schonen waarna hij met een vreugdekreet zijn
weg vervolgde. Ik hoorde nog meer vogels en zacht geruis van de
lentewind . Langzaam liep ik verder en genoot van dit alles. Een
kwiek gemutst eekhoorntje snelde zich een weg van boom tot boom , af
en toe even uitrustend van zijn wild geraas.

Twee vlinders danste van bloem naar bloem. Het leek alsof ze elkaar plaagde door een paar keerrond de mooiste bloemen te fladderen om daarna bijna gelijktijdig opdie ene prachtige af te vliegen om zich te laven met de heerlijkste nectar.

Een kleine kabouter harkte zijn tuintje en veegde de laatst
overgebleven blaadjes van de vorige herfst bij elkaar.Ik liep een
paar stappen verder en zag een kleine nimf genietend van de eerste
lente zonnestralen liggend in een piepklein hangmatje dat duidelijk
handgemaakt was van verse grassprieten en versterkt met
paardenbloemstelen aan beide kanten in de lengte. Plots voelde ik
kleine trillingen onder mijn schoenen. Eerst dacht ik nog dat het
kwam door het stampen met de pootjes van een wit konijn dat ik net
tussen het hoge gras zag wegrennen , maar toen ik de kleine nimf uit
het hangmatje zag vallen en zag hoe de paardenbloemstelen aan de
zijkanten ervan doorbogen totdat ze braken ,voelde ik tegelijkertijd
dat een grote schaduw de zon hinderde zijn stralen verdelen over dit
paradijselijke tafereel.


Ik deed een paar stappen achteruit en zag links van me een enorme grote zwarte laars. En nóg een. Ik durfde niet te bewegen en keek een beetje onbewust voorzichtig naar boven.Het moment dat ik toen beleefde vergeet ik niet meer. Twee grote azuurblauwe vrouwenogen keken naar het paradijs waarin ze zich bevond .Ik schrok en verborg me snel achter een met zwammen begroeide boomstam. Toen keek ze naar me , ik leek verlamt door het aanschouwen van al die schoonheid .Langzaam deed ze mijn angst verdwijnen .

Haar strakke verschijning betoverde me . Haar zachte glimlach deed me
smelten . Even aarzelde ik . Ik besloot langzaam vanachter de
boomstam te komen . Als door betovering keek ik naar boven en zag
haar lange zwarte haar wapperen in de lentewind. Ik wilde roepen,
schreeuwen maar met een paar grote stappen verdween ze weer zo ze
gekomen was. Vlug rende ik naar de hoogste boom. Vanuit de top kon ik
nog net een blik opvangen van haar prachtige lichaam, waarna ze
verdween in de lentemist. De kleine fee probeerde me te troosten door
een vreugdedansje te doen net naast de grote berk waar een ander
feetje vanachter een takje weer tevoorschijn kwam om verder te
genieten van de twee kleine tuinfluiters , waarvan er eentje was
geslaagd op de rand van het nest te gaan zitten .<

Piet Eelants (© 2003)