Het ligt allemaal een beetje gevoelig. Daarom zijn er geen al te schokkende plaatjes gebruikt bij deze terug- in- de- tijd- daggedachte. Hier en daar wat aangepast, maar wél helemaal waar. Omdat het vermoeden bestaat dat er nog al wat carnivoren zijn onder onze lezers is het er dan toch maar op gewaagd een hier en daar bloederig verhaal te herschrijven. Gelijk er maar even bijvertellen dat het verhaal niet helemaal geschikt is voor zwakke magen. Er komen hier weer enkele Dongenaren aan het woord die het fenomeen ‘Varken aan Huis ‘mee hebben gemaakt.

Zoals vroeger te doen gebruikelijk, woonde opoe en opa bij ons in. Over mijn opoe wil ik het nu en nooit niet hebben. De reden zijn persoonlijk, maar ons opa daarentegen is in het verleden meermalen onderwerp van verhalen geweest die ik eens in een amateur-bundeltje heb uitgegeven . Het varken en opa. Beiden zijn me dierbaar. Laten we zeggen dat ik er mee groot ben geworden. Kort samengevat : De vaderlijke eigenschappen en de vele wijze woorden van opa en het vette spek van het varken. Maar we laten eerst Henk Oerlemans aan het woord. Deze mede door deze krant bekend geworden Dongenaar doet zijn varkensverhaal met een trant van vertellen die maar weinigen eigen is. Helaas is Henk niet meer onder ons. Dat geldt overigens ook voor sommigen die meegewerkt hebben aan dit verhaal en die met name genoemd werden toen.

Henk vertelt: “Velen in onze buurt zoals, Koos vermeulen, Frieke Ijpelaar, Driek Vermeulen, Pauwke Kaanters, Christ de Maaier enzovoorts hadden wel een varken om vet te mesten. Zo ook mijn vader of liever mijn opoe die bij ons inwoonde want die had de vergunning om een varken te houden. In het voorjaar werd er een big gekocht bij één of andere boer op de Breedstraat of op Dent (Eindsestraat). Dat biggetje werd in een kooi geplaatst van twee bij anderhalve meter en daar had hij als big een zee van ruimte. Naarmate hij groeide, werd die ruimte steeds beperkter, en dat moest ook, want met teveel bewegingsvrijheid zou het te lang duren voor hij vet genoeg was om geslacht te worden. In maart werd hij gekocht en in oktober of november moest hij er aan geloven. (geslacht worden). Mijn opoe zorgde dat hij op tijd te eten en te drinken kreeg en ik moest in die acht à negen maanden die er tussen de koop en de slacht van het varken zaten , zorgen dat hij eens per week werd uitgemest en van vers stro werd voorzien .Jezult het misschien niet geloven mensen, maar in al die maanden dat ik voor dat dier zorgde werd hij mijn beste vriend, en niet alleen die ene van 1946, maar ook alle volgende biggen. Maar over die van 1946, wil ik toch nog even doorgaan. Het was juist dat beest dat nog steeds in mijn herinnering voortleeft. Zoals ik al zei, hij werd mijn beste vriendje. En toen, werd het eind oktober en kwamen de mensen uit de buurt .Koos Vermeulen, Frieke Ijpelaar, Driek Vermeulen, Pauwke Kaanters, en Christ de Maaier enzovoorts met de centimeter bij ons en ze begonnen dat varken op te meten. De hoogte de breedte en de lengte. En dan hoorde ik de ene zeggen: “Ik schat hem op zo’n driehonderd pond” en de andere schatte hem weer iets meer of minder.

Ik als manneke van tien jaar had nog niet zo rap door dat ze aan het raden waren wat of het varken wel zou wegen nadat ie geslacht was. Ook wist ik toen nog niet wat ‘slachten’, eigenlijk inhield, maar daar kwam ik snel achter. Op de de slachtdag kwamen er mannen met een grote houten bak op hun schouders en aan de riem aan hun middel hingen voor mij allerlei rare gereedschappen. Die rare gereedschappen heb ik die middag heel goed leren kennen, want die kerels gingen naar de kooi van mijn vriendje, en begonnen de planken van de kooi los te slaan.

En wat er toen allemaal gebeurde is mij tot op heden altijd bijgebleven. Mijn vriend het varken werd naar de grote houten bak, die met de bodem omhoog op de werft lag gedreven en werd toen met vereende kracht omver geworpen zodat hij op de bodem van die bak terecht kwam. De twee kerels gingen boven op mijn vriendje zitten en één van de twee stak een levensgroot mes in zijn keel. Mijn vriendje spartelde en schreeuwde moord en brand, maar het hielp hem niets. Het bloed dat uit zijn keel stroomde werd door mijn opoe in een emmer opgevangen waar ze meteen in begon te roeren. Ze zag dat ik vol ontzetting naar haar stond te kijken en ze troostte me met de woorden:”Dat moet zo jongen om straks lekkere bloedworst te
kunnen maken”. Ik heb het allemaal aangezien, het uit de kooi halen, doodsteken, het afkrabben van de haren, het op de leer (ladder) hangen het vleeskeuren door de heer van Stokkom (overal
blauwe stempels), het afhakken door slager Corstmit, het samensmelten van de hersenen voor de hutspot, het draaien van de zult, enzovoorts. Ik heb dat vriendje ook nog mee opgegeten en ook alle volgende vriendjes, maar geen van al die volgende vriendjes heb ik nog zien slachten, want dan zorgde ik dat ik niet thuis was. Met dit verhaal wil ik zeggen dat niet alle herinneringen onder de noemer ‘prettig’ gerangschikt kunnen worden. “

In een adem vertelde Henk zijn verhaal en ik heb ademloos zitten luisteren. Één groot déjà vu ,want even terug naar ons ‘ eigen ‘ varken… Mijn opa verzorgde het varken. Ik kan het weten want meestal was ik er bij. De nadruk kan best op ‘zorgen’ gelegd worden. Het woord zou vervangen kunnen worden met ‘vertroetelen’. Met nog andere woorden : een mens zou zo’n verzorging als ruim kunnen interpreteren en er van kunnen leren en genieten .Elke dag stond opa vroeg op, deed z’n klompen aan om naar de varkensschuur te lopen waarna hij die klompen verving met de altijd
dan nog schone laarzen. Hij baggerde dan met grote stappen door het speciaal door hem aangelegde moddergedeelte van het varkensverblijf, waar ook het varken zich meestal bevond. De begroeting was allervriendelijkst. Met luid geknor kreeg opa altijd een grote varkenssnuit tegen zijn benen , hetgeen menig maal resulteerde in een modderbad voor opa zelf, maar opa was niet voor een gat of door het varken te vangen. Op een verhoog lag altijd voldoende stro. Opa zorgde dat dat strooi ook droog bleef ,door een water -en eigenlijk ook een moddervrije zone te creëren in het hok . Dan maakte hij de drinkbak van het varken schoon en verzag de bak van fris water uit de kraan die er boven hing. De drinkbak is eigenlijk nog een apart verhaal. Hij had die ooit een zelf gemaakt van beton en aan de binnenkant met oude tegeltjes beplakt. Gewoon hygiënisch dus.

Na het ontbijt was zowel opa en het varken tevreden. s- Middags kreeg het varken schillen van appels en aardappelen vermengd met meel en het avondeten was warm ,net als dat van ons. In een grote ketel begon opa zo rond vijf uur aan het koken. Van de boeren in de omgeving mocht ie de overschot van de aardappeloogst gebruiken. Dat waren meestal kleine krieltjes die ‘door de riek van de boer ‘gevallen waren. Hij kookte die met schil en al, deed er weer meel bij en onafgewerkte bruine suiker die hij van de suikerfabriek kreeg. Het varken was er dol op en- stiekem – mijn zussen en ik ook. We namen wel eens de vrijheid om voor het eten wat vóór te eten van die aardappeltjes. De schil eraf en wat zout erop. Heerlijk. Niet te veel ,want opa kon ook steng zijn. Hij verzorgde het varken en kookte daarvoor om resultaat te hebben. Het resultaat van het verzorgen van het varken bleek in oktober. Dan werd het geslacht – terwijl opa even het dorp in moest – . Hij had het maar slecht mee op zo’n dag maar werd weer blij als ie in Oosterhout op de Heuvel de zaterdag
daarna een nieuw biggetje kon kopen op de ‘ varkensmart’ .

Oktober was een leuke maand verder. We hadden weer volop te eten en konden zelfs wat onderdelen van het vetgemeste varken verkopen , zoals zult , bloedworst en droge worst. De ‘Kaoikes’ werden verdeeld onder de kinderen van de buurt en straatvoetbal geschiedde een tijd lang met de varkensblaas.

Tekst : Piet Eelants Met dank aan Henk Oerlemans en enkele anonieme Dongenaren © dongenhomespot.nl 2012 / 2016 / 2020

Dongenhomespot heeft haar best gedaan om alle informatie die gebruikt is in dit artikel te verifiëren op waarheid en rechthebbende schrijvers of instanties . Zijn er desondanks belanghebbende die dienen vermeldt te worden als bron bij de publicatie van dit artikel wordt gevraagd zich bij de internetkrant te melden