Vandaag ging ik zelf ook een nieuwe fase in in dit corona-tijdperk. De wekelijkse boodschappen werden gedaan terwijl ik behalve mijn bril, ook een mondmasker op mijn neus gezet had. Mijn bril kan ik al lang niet missen. Sinds de dag dat ik merkte dat mijn partituur van Mozarts mis in C die op het repertoire van het Pausluskoor stond, niet meer goed te lezen was en ik eerst dacht dat de hoeveelheid wierook die pastor Simon Kuijten gebruikte de schuld ervan was dat mijn armen te kort werden, is mijn bril mijn vriend. Vandaag kwam daar dus een mond-neusmasker bij. Mark Rutte had er ook mij dringend op aan geraden dat ding te gebruiken. Met beider tegenzin. Maar het blijkt dat mijn gezagsgetrouwheid in de loop der jaren is toegenomen. Mijn verantwoordelijkheid ook. Ondanks de ongelooflijke puinhoop die de overheid in haar moeite zich heeft getroost zo onduidelijk mogelijk hun onderdanen te informeren over de zeer verwarrende regels in deze epidemie te acteren, is de morele noodzaak van zo’n masker bij mij wel doorgedrongen. Bovendien is er het gezegde dat als het niet baadt het ook niet schaadt. Lastig is het wel. De tijd van handelen ook. Het regende en thuis had ik al gemerkt dat de ramen condenseerden. Een bril bestaat nu eenmaal ook uit twee raampjes met als gevolg dat die driftig meededen ook aan deze natuurwet te voldoen. Om de hele tijd mijn adem in te houden vond ik wat overdreven. Ik zag dus bij het bij het binnenkomen bij Aldi ( natuurlijk wel ) de schoonmaakspullen voor het winkelwagentje niet eens duidelijk staan. Het reinigen van het wagentje liet aldus bovendien te wensen over. Het door mijn vrouw zorgvuldig ingevulde boodschappenlijstje was probleem twee.

Ook in de Aldi werkte de natuurkundige kracht van de combinatie warmte en vocht in op mijn bril. Wel zag ik mensen – zei het wazig – wazig naar me kijken. Ik zag zelfs een latent lacherige blik bij een enkeling bij het kijken naar mijn gevecht met de elementen. Ik waagde het winkelwagentje te verplaatsen naar mijn eerste boodschappen. Daarbij zondige ik tegen het gebod om anderhalve meter afstand te houden al vlug. Bij de aanvaring had ik weer wel het voordeel dat ik mijn plichtgevoel van het ‘masker op hebben’ kon demonstreren om er een mopperende klant mee van repliek te dienen. Bij de wijnafdeling aangekomen kreeg ik steeds meer de indruk dat ik zowat de enige was die naar Mark en Hugo had geluisterd en de lezers van deze krant hebben er vermoedelijk over heen gelezen.Toen een bekende mij wees op het mogelijkheid het masker wat hoger op de neus te plaatsen en de bril als houvast te gebruiken lukte het boodschappen doen ook vandaag weer. Alles werd helder en klaar. Thuis las ik ook nog een gebruiksaanwijzing die in de 10 stuks – verpakking bleek te zitten .Die was in het Chinees. De vraag waar alle ellende begon is daarmee ook beantwoord.

Piet Eelants (C) 2020