In Oosterhout , waar ik geboren ben was er (vooral) vroeger nog al eens een controverse tussen Dongen en ‘de stad’.Kijk, wij – Oosterhouters – waren chauvinistisch. Sommigen hebben die soms nare eigenschap nog steeds. Oók vroeger was Oosterhout óók een dorp, maar het feit dat het groter was dan Dongen, zat de Dongenaren weer niet lekker. Dongen had dan weer het voordeel dat het een grote leerindustrie had , dat de schoenen er goedkoper waren terwijl Oosterhout nu juist de meeste schoenwinkels had. Oosterhout was weer niet zo ver dan Breda of Tilburg en dus gingen Dongenaren veel winkelen in de buurgemeente. ‘Naar de stad’ ging men voor Breda en Tilburg.

De liefde was ook zo iets. Veel stoere jongens en ook de minder stoere , papten graag aan met een Dongense schone. De latent in wording zijnde vrijers fietsten door de Dongense Baan, langs een plaveisel van kinderkopjes en een modderige fietspad naar soms hunkerende meiden, die eerder dat jaar de Oosterhoutse kermis onveilig maakten met geflirt en soms échte liefde , die dan die opvallend genoeg meermalen leidde tot een huwelijk. Oosterhout heeft wel iets, maar Dongen ook.

Je zult verbaast staan over het feit dat men in Oosterhout op minstens één vlak jaloers was op het ‘leerdorp’. Het fenomeen vertaalt zich het best als je met de auto over de grens naar België rijd. Dan kom je terecht in een andere wereld. Huizen staan er kris en kras door elkaar en nooit in rijtjes .De wegen hebben daar nog steeds iets weg van de vroegere Dongens Baan en men praat er ook anders. Dat laatste is een kwestie van wennen en geldt ook nog voor de dialecten van Dongen en Oosterhout .De misschien vergezochte overeenkomst met dat mooie Vlaanderen zat toentertijd in het onkruid of juist het ontbreken ervan.Dongen was op dat gebied een oase. De perken en parken zagen er uit als door een ringetje gehaald , terwijl Oosterhout zelfs onkruid scheen te zaaien….

Als je Dongen binnenreed en langs de eerste nieuwbouw van ‘plan’ West 1 fietste , kreeg je een lach op je snoet en werd het verlangen om je meisje te zien nog meer aangewakkerd door weelderig groeiende bloemen en bomen in alle soorten en een onberispelijk aantal strak gemaaide gazonnen

Maar tijden gaan voorbij en in de zelfde vorm komen ze ook niet terug. Wel braken tijden aan met onkruid tussen de tegels, in de goot en tussen de struiken en niet zo’n beetje ook. Jaren geleden al, begon Oosterhout te bezuinigen op de groenvoorziening. Oosterhout was Oosterhout en menigeen zag niet eens het verschil. Eerst werd nog geschermd met gras(s)prietpraat dat de natuur verlangde haar gang te mogen gaan, dat ook paardenbloemen, muurbloempjes en diverse uitheemse mossoorten tussen de straatklinkers het nieuwe groen was. Bestrijdingsmiddelen waren uit den boze en er was in enen te weinig mankracht om het groeiende schoon te fatsoeneren terwijl de bevolking toch duidelijk groeide….. En bovendien was het geld op.

Dongen ging mee in de vaart der volkeren en liet -vooral in de zomermaanden – het onkruid weelderig bloeien. En toen kwam de aap uit de mouw: de reden dat Dongen het gras niet meer afreed waren dezelfde waarom wij Dongenaren mensen uit Oosterhout vroeger Kaaienschijters noemden.

Piet Eelants (c)2020